De wettelijke regeling houdt concreet in dat in artikel 6:96 van het Burgerlijk Wetboek een grondslag wordt opgenomen voor een algemene maatregel van bestuur. In deze algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de hoogte van de vergoeding van de incassokosten (art. 6:96 lid 2 onder c BW). U kunt het besluit hier nalezen.
De wettelijke regeling houdt concreet in dat de incassokosten moeten worden berekend volgens de volgende staffel:
De vergoeding voor de buitengerechtelijke incassokosten bedraagt ten minste € 40,00 en maximaal € 6.775,00.
De vergoeding voor incassokosten kan worden verhoogd met een percentage dat gelijk is aan het btw-percentage voor ondernemers die een derde inschakelen voor het innen van hun vordering en de in rekening gebrachte btw niet kunnen verrekenen
Van de regels in de algemene maatregel van bestuur kan niet ten nadele van de schuldenaar worden afgeweken. De vergoeding voor de incassokosten die aan uw afnemer in rekening mag worden gebracht, wordt daarmee gemaximeerd. Wanneer partijen toch afspraken maken over de vergoeding, kunnen zij alleen afwijken van de regeling indien een lagere vergoeding wordt overeengekomen.
Schadevorderingen worden van het toepassingsbereik uitgesloten omdat daarbij de hoogte van de vordering vaak niet eenvoudig is vast te stellen. Er wordt een uitzondering gemaakt voor de gevallen waarin partijen de hoogte van de schadevordering bij overeenkomst hebben vastgesteld.
Vorderingen met een publiekrechtelijke grondslag vallen niet onder de wettelijke regeling.